Skip to main content

Wenen 2016 – Bijzonder aan Wenen: stad van de muziek.

Wenen, de hoofdstad van Oostenrijk, wordt ook wel de stad van de muziek genoemd.  Klassieke muziek zit Wenen in het bloed, in het hart en in de ziel.  Wenen kent een lange muzikale traditie die teruggaat tot de Middeleeuwen.  De Weense aristocratie had musici in dienst die muziek voor hen componeerden en die in (kamer)hoforkesten musiceerden en bals en feesten muzikaal opluisterden.  In 1498 nam keizer Maximiliaan I een jongenskoor op in zijn hofkapel: de start van de wereldberoemde ‘Wiener Sängerknaben’.  De klassieke musiek kwam tot grote bloei in Wenen in het midden van de 18de eeuw onder stimulus van Keizerin Maria Theresia.  Ze kende in de tweede helft van de 18de tot begin 19de eeuw een complete transformatie van barokmuziek (harmonisch contrapunt, basso continuo en polyfonie) naar het classicisme (harmonie, dynamiek en (meestal) tonaal, sonatevorm en symfonie, pianoforte).  Deze periode is gekend als de ‘Wiener Klassik’ en werd geleid door de drie beroemdste componisten die Wenen ooit voortgebracht heeft: Jozef Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig von Beethoven.  Zij worden ook wel de ‘Eerste Weense School’ genoemd..

Andere beroemde klassieke muzikanten en componisten die hier in Wenen hun thuisbasis hebben gehad en hun grootste successen beleefd hebben, zijn Antonio Salieri, Franz Schubert, Johannes Brahms, Anton Bruckner, Gustav Mahler, Richard Strauss, de atonale muziekcomponisten Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern, en natuurlijk ook Johann Strauss sr. en zijn zoon, Johann Strauss jr., de koningen van de Weense walsmuziek. Johann Strauss jr. heeft op wonderbaarlijke mooie wijze de spirit van Wenen verklankt in de wals ‘An der schönen blauen Donau’.

Standbeeld Johann Strauss jr., Stadtpark, Wenen.
Wenen 2016: Standbeeld Johann Strauss jr., Stadtpark.

Hoewel de hoogdagen van beroemde Weense componisten al een tijdje tot het verleden behoren, is (klassieke) muziek nog steeds een enorm belangrijk deel van de Weense cultuur. Wenen kent vele cultuurhuizen voor opera en klassieke muziek, enkele befaamde conservatoria en een massa volk trekkende zomerfestivals. Wenen is ook de thuisbasis van een van de beste en beroemdste orkesten ter wereld, het Wiener Philharmoniker, dat resideert in het Musikverein en ook de muzikanten levert voor het orkest van de Staatsopera en dat beroemde (chef-)dirigenten heeft gehad als Gustav Mahler, Richard Strauss, Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan, Claudio Abbado, Leonard Bernstein, Carlos Kleiber en Karl Böhm.

Als je in Wenen bent, kan je niet om de klassieke muziek heen en moet je zeker een concert bijwonen. Wij hadden ons bezoek zo gepland dat het samenviel met het ‘Zomernachtconcert‘ (zie verderop), een sinds 2004 jaarlijks terugkerend klassiek openluchtconcert dat (dit jaar) gehouden werd op Corpus Christi (een feestdag in Oostenrijk), dat plaatsvindt in het park van Schloss Schönbrunn, dat jaarlijks tot 100.000 bezoekers aantrekt en dat, en vooral dat, uitgevoerd wordt door het Wiener Philharmoniker. Dit is een van je beste kansen om het orkest te zien optreden (want concerten met het Wiener Philharmoniker zijn vaak al jaren van tevoren uitverkocht) en zeker een van de voordeligste (want het Zomernachtconcert is een gratis happening).

Maar muziek is overal in de stad. Zo hebben we ook een zondagsmis bijgewoond in de Hofburgkapelle die opgeluisterd werd door de wereldberoemde Wiener Sängerknaben (zie verderop), en die geschreven werd door Mozart (Missa brevis of ‘De korte mis’ in B-groot, KV275). Zo zijn we ook naar een avondconcert van het Wiener Symphoniker (zie verderop) in het Konzerthaus geweest die symfonieën van Beethoven en Mahler speelden. Ook een (gratis) concert in een kerk (Peterskirche, Augustinerkirche,…), of een opera of operette in de Staatoper, de Volksoper of het Theater-an-der-Wien behoren tot de mogelijkheden.

Als (luisteren naar) klassieke muziek niet je ding is, kan je alternatief de combinatie dineren plus concert (Schloss Schönbrunn) maken, of opgesmukt een klassiek Weens bal bijwonen en cirkeltjes draaien op de dansvloer op het ritme van een snelle driekwartsmaat van een Weense wals van Strauss. Of je kan een rondleiding in de Staatsopera volgen, of binnenkijken in het leven van beroemde componisten (Musea over Mozart, Beethoven, Schubert of Johann Strauss in voormalige woningen). Of je kan enkele muzikale musea bezoeken zoals het muziekinstrumenten museum (Neue Burg Museums) of het kindvriendelijke doe-museum ‘Haus der Musik‘ waar je zelf een muziekstuk kan maken of een orkest dirigeren. Of je kan naar het stadspark gaan en daar in stenen lijve op de foto gaan met componisten als Brückner, Schubert en Johann Strauss Junior.

Keuze te over dus!
Verderop volgt nog wat info over de bijgewoonde concerten:

 

Sfeerbeelden, Zomernachtconcert, Schloss Schönbrunn, Wenen.
Wenen 2016: Sfeerbeelden, Zomernachtconcert, Schloss Schönbrunn.

Zomernachtconcert Schloss Schönbrunn op donderdag 26 mei 2016

Na een korte muzikale opwarming door ‘Groovin’Tango QuINNtett’, maakt eindelijk (twintig minuten te laat) het beroemdste orkest ter wereld haar opwachting: het Wiener Philharmoniker! Het wordt een Franse avond met werken van Georges Bizet (Farandole aus l’Arlésienne, suite nr.2), Hector Berlioz (Rákóczy Marsch aus ‘La Damnation de Faust’, op.24), Francis Poulenc (Konzert für Zwei klaviere und orchester, d-Moll, FP61), Maurice Ravel (Daphnis und Chloé, suite nr.2 en Boléro, Ballett für orchester). De dirigent is Semyon Bychkov, de pianosolistes zijn de eeneiïge tweeling Katia (piano) en Marielle Labèque (pianor) en het orkest is uiteraard het wereldvermaarde Wiener Philharmoniker. Genieten maar!

Wat is mijn gevoel bij het concert? De eerste twee werken hebben een hoog marsgehalte (met snel en strak tempo en veel koper), en ook de andere werken hebben vaak een hoog ritme behalve Daphnis & Cloé. De tweeling-solisten leven zich volledig uit en in het trage middendeel spelen ze subtiel. Met de suite van Ravel schetst dirigent en orkest een impressionistisch verhaal: dit is saai. En dan komt de beloning voor de lange muzikale rit, de tot een climax, traag opzwellende Boléro van Ravel waarbij de muzikanten zich volledig kunnen uitleven.

Het publiek reageert matig, behalve na de Boléro en vooral de bisnummers want dit zijn wereldbekende deuntjes. Zo beginnen ze met een werk van Jacques Offenbach. Ik weet niet wat, maar zijn twee meest uitgevoerde muziekwerken zijn de Cancan uit ‘Orphée aux enfees’ en de Barcarolle uit ‘Les contes de Hoffmann’ lees ik op Wikipedia. Dit wordt gevolgd door de ‘Radetzky Mars’ van Johann Strauss Senior. Zelf vind ik het een geslaagde avond want erg goedkoop (gratis!) om zo’n toporkest te kunnen zien spelen, maar ik vind dat klassieke muziek en een orkest toch beter tot zijn recht komen in een concertzaal waar de akoestiek veel beter is.

 

Zondagsmis op 29 mei 2016 met de Wiener Sängerknaben in de Hofburgkapelle

In 1498 beslist Habsburgs keizer Maximiliaan I een jongenskoor op te nemen in zijn hofkapel en tegelijk zijn hof te verhuizen naar Wenen. 1498 is dus de start van de Wiener Hofkapelle en de Wiener Sängerknaben. De oorspronkelijke taak van een hofkapel was missen muzikaal opluisteren. En dat is wat we vandaag gaan meemaken. In de Hofburgkapelle (een onderdeel van de Hofburg, het paleis van de Habsburgers), worden we om 9:15 uur verwacht voor de zondagsmis die muzikaal begeleid zal worden door de Wiener Sängerknaben.

Praktisch – In België hebben we enkele weken van tevoren kaarten gereserveerd via de officiële website die 16 euro per ticket kosten. We zitten op de tweede rij op het eerste balkon achteraan in de kapel, met een gedeeltelijk zicht op de priester en het altaar. Het jongenskoor en hun begeleiders krijgen we tijdens de mis niet te zien. Zij zingen nl. vanaf het bovenste balkon dat drie hoog boven het gelijkvloers is. De Mis start stipt op tijd.

Ik hoor je zeggen:”Een mis bijwonen tijdens een reis? No way! Saai!”. Echter als je van (klassieke) muziek houdt, is dit absoluut een aanrader en zeer onderhoudend. Van de drie concerten die we bijgewoond hebben tijdens de reis naar Wenen, was dit het beste. Tijdens de mis wordt uiteraard iets gezegd. Dit is in het Latijn en Duits, en kort in het Engels en Italiaans en omvat een lezing uit ‘De brief van Paulus aan de Galaten’, iets uit de evangeliën volgens Lucas en Marcus, wat psalmen en het Onze Vader maar er wordt vooral gezongen! Goed gezongen! En daar zijn we voor gekomen!

De Wiener Sängerknaben worden begeleid door een tenor en bas van het mannenkoor van de Staatsoper (resp. Martin Müller en Johannes Visser) en leden van de Wiener Philharmoniker (vier strijkers, nl. twee violen, cello en contrabas, en een organist, Martin Haselböck). Dirigent is Martin Schebesta. Daarnaast is er een Gregoriaanse koor Choralschola dat de introductie, Introitus, het Alleluia, het Offertorium (geldophaling) en de Communio muzikaal ondersteunt.

De Wiener Sängerknaben en hun begeleiders van de Staatsoper en Wiener Philharmoniker brengen twee werken van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791): Missa brevis (‘De korte mis’) in B-groot, KV275 en het instrumentale werk Kirchensonate (KV212). De Missa Brevis schreef Mozart in de zomer of herfst van 1777 voor Aartsbisschop Colloredo van Salzburg. Niet veel later vertrok hij naar Wenen om het daar als onafhankelijk artiest proberen te maken. Zoals elke mis bestaat ook deze uit het Kyrie (opent met sopraan solo, waarna solo’s en tutti’s elkaar afwisselen), Gloria (veel chromatische bewegingen), het Credo (meeste tekst), Het Sanctus (contrapunt met speelse houding), Benedictus (sopraan heeft meeste partituur), en tenslotte het Agnus Dei (langste deel, dramatisch, subtiel en harmonieus slot, een rondo in g-klein).

Mijn indruk en commentaar? Onvergetelijk en absoluut de moeite!

Wiener Sängerknaben, Hofburgkapelle, Wenen.
Wenen 2016: Wiener Sängerknaben, Hofburgkapelle.

 

Concert Wiener Symphoniker in het Konzerthaus op maandag 30 mei

Vanavond staat een klassiek concert op het programma in het Konzerthaus. Dit is de thuisbasis van een van de beste orkesten ter wereld: het Wiener Symphoniker, het kleinere broertje van het wereldberoemde Wiener Philharmoniker. O.l.v. Lorenzo Viotti, een jonge opkomende dirigent die oude rot Koreaans dirigent Myung-Whun Chung vervangt, brengt het Wiener Symphoniker eerst de tweede symfonie in D-groot van Ludwig van Beethoven (1801-02), en na de pauze de eerste symfonie in D-groot van Gustav Mahler (1888).

Met de U-bahn worden we bijna van hoteldeur tot concertdeur afgezet. Ik pik bij de avondkassa de concerttickets op. Het concert vindt plaats in de ‘Grosser Saal’. Wij zitten achteraan op het balkon, ‘Der Galerie’. Het orkest is ver weg en oogt klein maar is wel volledig zichtbaar. Het is een enorme zaal met veel bladgoud, langs weerszijden Korinthische zuilen, twee enorme lusters en een hoog plafond overdadig versierd met bladgoud.

Om 19u35 start het eerste concertdeel: de tweede symfonie in D-groot van Beethoven (duur 35 min). De strijkers zijn zeer uitgebreid en voeren de hoofdtoon tijdens de symfonie. Het wordt aangevuld met een volledig bezet houtblazersdeel (twee van elk) en met koperblazers (twee trompetten en twee hoorns) en pauken als slagwerk. Het werk is typisch Beethoven (luid en zacht afwisselend, grootse finale), met mooie harmonieën en klankkleuren en zeer mooimelodieuze hoge strijkers. Het werk was mij niet welbekend maar ik vond het schitterend.

Om 20u35 start het tweede concertdeel: de eerste symfonie in D-groot van Gustav Mahler. Ook dit bestaat uit vier delen maar de indeling van snelle en trage symfoniedelen en de structuuropbouw van elk deel is veel moderner en onconventioneler dan de 2e symfonie van Beethoven.

De bezetting is enorm. De ganse bühne wordt benut: een grote strijkerssectie (waaronder 8 contrabassen), een volledige houtblazersdeel (3 van elk) en koper (meerdere trompetten, trombones, hoorns, 1 tuba) en allerlei koperverwanten zoals de bugel, als slagwerk grote en kleine pauken, een grote trom, een gong, een triangel, cimbalen en tenslotte is er nog een harp (maar deze werd compleet overstemt door de andere instrumenten)

Mahler’s eerste symfonie begint met twee delen die zeer zacht beginnen en naar climax toe werken. Op het einde speelt het ganse orkest zeer luid en met jachtklanken. Dan volgt een zeer vreemd klinkend derde deel waarin aanvankelijk enkel de strijkers aan het woord zijn met af en toe een paukenslag en op het einde valt het ganse orkest in en zijn er tempowisselingen. Soms doet het denken aan zigeunermuziek, soms aan een lokale fanfare. Het finale deel start direct na het derde met een luide slag van de cimbalen (de slaapkop voor mij schrikt op) waarna een onweer met donder en bliksem losbarst, zo lijkt het wel, dan wordt het rustiger met alleen de strijkers, waarna onweer en rustperiode zich herhaalt om tenslotte te eindigen in een groots, luid, breed klinkende slotfase. Om halftien zit het concert erop. Orkest en dirigent krijgen een staande ovatie. Ook deze uitvoering was zeer goed, maar Beethoven blijft toch mijn all-time favourite.

3 thoughts to “Wenen 2016 – Bijzonder aan Wenen: stad van de muziek.”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: