Skip to main content

Wenen 2016 – Bijzonder aan Wenen: haar musea (deel twee)

In Wenen zijn veel musea, teveel om in dit korte artikel allemaal grondig te beschrijven. Daarom beperk ik mij tot de musea die we zelf bezocht hebben. Dit zijn het Kunsthistorisch Museum (en een kleine uitweiding over de andere Habsburgse musea), het museum in de Abdij van Melk, het Albertina museum, het Leopold Museum en het Oberes paleis in Schloss Belvedere. Omdat ik zot ben van musea, kon ik mij niet inhouden en is dit artikel zeer lang geworden en heb ik het opgesplitst in twee delen. Dit is deel twee. Voor deel één, klik hier.  Bereidt u voor op lange beschrijvingen, leuke anekdotes, veel namedropping en enkele (kunst)geschiedenislessen. Veel leesplezier!

Moderne tot hedendaagse kunst kan je bewonderen in het Albertina Museum, in de Secession kunsttempel, in het MuseumsQuartier met onder meer het Leopold Museum, Mumok & Kunsthalle Wien, in Schloss Belvedere en 21er Haus, en in kunstgallerijen als Bawag contemporary / Bawag Foundation.

Anselm Kiefer, Albertina Museum, Wenen.
Wenen 2016: Anselm Kiefer, Albertina Museum.

Het Albertina Museum is gevestigd in de voormalige gastenverblijven van de Habsburgse kroon, in het paleis van Aartshertog Albrecht (voormalig paleis Da Silva-Tarouca), en dankt haar naam aan hertog Albert Casimir van Saksen-Teschen die in de 18e eeuw een enorme prentencollectie bijeenbracht. Deze vormt de basis van de huidige collectie die 65.000 tekeningen en 1 miljoen prenten, etsen en gravures (grafische kunst) omvat, variërend van Oude Meesters uit de laat-gotiek tot hedendaagse kunstenaars. De grootste kunstschatten zijn te bewonderen in de ‘Pronkkamer’ met tekeningen van Albrecht Dürer, Hiëronymus Bosch (detailtekening uit ‘De tuin der Lusten’), Pieter Breugel De Oudere (‘De grote vissen eten de kleine’ 1556, en een zelfportret), Peter Paul Rubens (tekening van zoon Nicolas en van dochter Clara Serena), Rembrandt van Rijn, Michelangelo, Rafaël en Leonardo Da Vinci.

Tevens vind je hier schilderijen van Gustav Klimt, Ergon Schiele en Oskar Kokoschka, grote namen van het Oostenrijks expressionisme en de Secession stroming. Recent heeft het Albertina museum twee grote collecties impressionisten en (vroeg) 20ste eeuwse kunst in permanente bruikleen gekregen, naast kleinere privé-verzamelingen: de Liechtensteinse Batliner collectie (zo’n 500 werken) en de Zwitserse Forberg collectie. Deze collecties worden permanent tentoongesteld en vertellen de geschiedenis van de schilderkunst van het Franse Impressionisme en post-impressionisme (August Rodin, Claude Monet, Edgar Degas, Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Cézanne), het Fauvisme (George Braque, André Derain, and Henri Matisse), het kubisme (George Braque en Pablo Picasso), het expressionisme (Paul Klee, Ernst Ludwig Kirchner, Wassily Kandinsky, Emil Nolde en Karel Appel), de Russische avant-garde (Marc Chagall, Kazimir Malevich) tot figuratief en abstract surrealisme (Max Ernst, René Magritte, Paul Delvaux en Joan Miró). Ook een veertigtal werken van Pablo Picasso (die onmogelijk in één kunststroming te strikken valt) staan tentoon: schilderijen, tekeningen en keramiek. Via kunstenaars als Alberto Giacometti en Francis Bacon, belanden we in de tweede helft van de twintigste eeuw met schilderijen van o.a. Andy Warhol, Alex Katz, Gerhard Richter, Georg Baselitz en Anselm Kiefer.

Tot slot heeft het Albertina museum ook een belangrijke fotografie, poster en architecturale collectie. Deze laatste omvat 50.000 plannen, schetsen en maquettes van illustere architecten als Francesco Borromini, Johann Bernhard Fischer von Erlach, Otto Wagner, Adolf Loos, Clemens Holzmeister en Friedrich Kiesler.

Besluit: De lange lijst van topartiesten en topwerken die in het Albertina Museum te bewonderen zijn, de uitstekend opgebouwde, boeiende en regelmatig wisselende, tijdelijke exposities en de enorme en gevarieerde collectie van dit museum die vlot consulteerbaar is via publicaties, de bibliotheek en de online database, maken dit museum zeer de moeite waard!

'Tod und Leben', Gustav Klimt, Leopold Museum, Wenen.
Wenen 2016: ‘Tod und Leben’, Gustav Klimt, Leopold Museum.

Het Leopold Museum is onderdeel van het MuseumQuartier. Dit museumcomplex heeft barokke en hedendaagse bouwstijlelementen: het is nl. gehuisvest in de voormalige keizerlijke stallen (Barok) en werd verbouwd in 1998-2001 door Ortner & Ortner Baukunst. Het Leopold Museum is genoemd naar Rudolf Leopold (1925-2010), Professor in de geneeskunde, die een groot collectioneur was en voorvechter van werken van Oostenrijkse expressionisten en Secession kunstenaars zoals Egon Schiele, Oskar Kokoschka, Gustav Klimt en Richard Gerstl. Hij is de herontdekker van Egon Schiele, Hij verzamelde 5200 kunstwerken die de basis vormen van het Leopold Museum waar Rudolf Leopold de directeur voor het leven van werd. Ben je fan van de Oostenrijkse expressionisten? Rep je dan naar het Leopold Museum!

Het museum heeft een vierkant grondplan met een grote centrale vierkante open ruimte over vier verdiepingen waarrond de museumzalen zijn geschikt. Je loopt dus telkens een rondje en gaat dan naar de volgende verdieping. Ik ga meteen naar de hoogste verdieping, de vierde, voor ‘Wien 1900, Sammlung Leopold’ met werk van Gustav Klimt, Egon Schiele, Oskar Kokoschka en Richard Gerstl. Daarna zak ik een verdieping om nog meer schilderijen van Oostenrijkse expressionisten te bewonderen: Oskar Kokoschka, Egon Schiele en Max Oppenheimer.

Gustav Klimt (1862-1918) is de grootste kunstenaar/schilder van het Oostenrijkse modernisme (symbolisme) geweest en een van de meest prominente figuren en mede-stichter van de Weense Jugendstil beweging ‘Secession’. Hij werkte mee aan de realisatie van de ‘Secession’ kunsttempel (aan de rand van de Karlsplatz) waar een beroemd werk van hem te zien is: het 19 m lange ‘Beethoven Fries’ uit 1902. Hij beïnvloedde Schiele en Kokoschka. In het Leopold Museum kan je ‘Dood en Leven’ (uit 1910/1911, herwerkt in 1915/16) en ‘Attersee’ (uit 1900) bewonderen, naast andere werken van hem. Typisch voor zijn schilderstijl is het veelvuldig gebruik van goud (wat een invloed was van zijn vader die goudsmid was). In 1918 kreeg Klimt een herseninfarct waardoor één zijde van zijn lichaam volledig verlamd werd. Hij stierf een maand later in een Weens ziekenhuis aan een longontsteking.

De Egon Schiele collectie in het Leopold Museum is de grootste ter wereld (3e en 4e verd.). Egon Schiele (1890-1918) is de belangrijkste exponent van het Oostenrijks expressionisme. Schiele sterft op zijn 28ste aan de Spaanse griep op 31 oktober 1918, enkele dagen na zijn vrouw (ook gestorven aan de Spaanse griep) die zes maanden zwanger was, en dit op het moment dat Schiele voor het eerst een prominente plaats zou krijgen op de Secession expositie van 1918 en zijn grote doorbraak eraan zat te komen. In zijn korte leven schilderde hij zelfportretten, portretten (vaak vrouwelijk naakt) en landschappen. Zijn stijl is figuratief expressionistisch, intens, sexueel getint en verwrongen (lichamen). Belangrijke werken zijn ‘Zittend mannelijk naakt (zelfportret)’ (1910), ‘MOA’ (1911), ‘Kardinaal en non (strelend)’ (1912), ‘Herfstboom in beweging’ (1912), ‘Ondergaande zon’ (1912), ‘Zelfportret met Physalis’ (1912), ‘Portret van Wally’, (1912), ‘Zelfportret met het hoofd neer’ (1912), ‘De Kluizenaars’ (1912), ‘Crescent of houses II (Island Town)’ (1915), ‘Levitatie’ (1915) en ‘Vrouw’ (1917), allen te bewonderen in het Leopold Museum.

Oskar Kokoschka (1886-1980) groeide op in armoede (door een afwezige vader). Hij volgde les aan de Secession kunstschool. Egon Schiele werd een goede vriend van hem. Vanaf 1912 had hij enkele jaren een stormachtige liefdesaffaire met Alma Mahler, de weduwe van Gustav Mahler,. Na de breuk bleef hij een leven lang van haar houden. Ze komt veelvuldig voor in zijn werken, bijvoorbeeld ‘De bruid en de wind’ uit 1914. In WOI was hij vrijwillig soldaat en geraakte gewond in 1915. Tijdens het Interbellum reisde hij door Europa en schilderde landschappen. In de aanloop naar WOII werd zijn kunst als ontaard bestempeld door de Nazi’s. Hij vluchtte naar Schotland. Na WOII vestigde hij zich in Zwitserland, waar hij, als gevierd artiest, in 1980 stierf. Hij schilderde veelal portretten en landschappen. Belangrijke werken in het Leopoldmuseum zijn ‘Tre Croci – Dolomieten landschap’ (1913) en ‘Zelfportret, met hand dat het gezicht aanraakt’ (1919).

Richard Gerstl (1883-1908), geboren en getogen in Wenen, schilderde (zelf)portretten in een expressionistische stijl. Hij hield zich op in muziekmiddens. Omwille van een mislukte liefdesaffaire met Mathilde Schönberg, vrouw van atonaal componist Arnold Schönberg, pleegde hij op 4 november 1908 zelfmoord door ophanging in zijn studio. Hij stak daarbij vele persoonlijke brieven, tekeningen en schilderijen in brand. Hij werd slechts 25 jaar. Belangrijk werk in het Leopold Museum van zijn hand is ‘Halfnaakt zelfportret, op blauwe achtergrond’ 1905.

Max Oppenheimer (1885-1954) is geboren in Wenen, werd beïnvloed door Kokoschka en Schiele. Hij doorliep verschillende schilderstijlen: figuratief expressionisme, kubisme, dadaïsme en abstract expressionisme. De Nazi’s beschouwden zijn kunst als ontaard. Hij vluchtte in 1938 via Zwitserland naar Amerika.

Berlinde de Bruyckere, Leopold Museum, Wenen.
Wenen 2016: Berlinde de Bruyckere, Leopold Museum.

Voor de andere verdiepingen heb ik zeer weinig tijd. Verdieping 2 (Café Leopold) en verdieping 1 (Museum Shop en Leo Kinderatelier) bezoek ik niet. Op het gelijkvloers is een tijdelijke expositie van de Belgische beeldhouwster Berlinde de Bruyckere getiteld ‘Berlinde de Bruyckere – Suture’. Ze is geboren in Gent in 1964 en de belangrijkste Belgische hedendaagse beeldhouwster. Haar werk focust op de rauwe schoonheid en kwetsbaarheid van het menselijk lichaam: leven en dood, pijn en lijden, liefde en mededogen, menselijk bestaan dat gevangen is in en beperkt door het menselijk lichaam. Ze sculptuurt fragmenten van lichamen in wax.

Op verdieping -1 bezoek ik de retrospectieve over Wilhelm Lehmbruck. Wilhelm Lehmbruck (1881-1919) is een pioneer van de moderne Europese beeldhouwkunst. De Retrospectieve toont 50 beeldhouwwerken, naast schilderijen, tekeningen en etsen, van Lehmbruck maar ook van andere artiesten zoals Auguste Rodin, Alexander Archipenko en De Bruyckere. Er is een zaal met werk van Schiele, Lehmbruck en De Bruyckhere over hun gemeenschappelijke interesse: het thema van ‘Het gefragmenteerde lichaam’.

Voor verdieping -2 en de retrospectieve ‘Theodor Hörmann – Von Paris zur Secession’ heb ik geen tijd meer. De Retrospectieve focust op de laatste periode van zijn leven waarbij hij een symbiose creëerde tussen het onvoorwaardelijk realisme van zijn vroege werk en het vrije impressionistisch schilderen dat hij zich in Frankrijk eigen maakte. Hij stierf in 1895 waardoor hij de finale stap naar het modernisme niet kon maken.

Zicht op Oberes Belvedere en tuinen, Schloss Belvedere, Wenen.
Wenen 2016: zicht op tuinen en Oberes Belvedere, Schloss Belvedere.

‘Oberes Belvedere’ van Schloss Belvedere hebben we tijdens onze Wenen reis ook bezocht. Schloss Belvedere, een van de beroemde paleizen van wenen, was het zomerpaleis van Prins Eugène van Savoye (1663-1736) en werd ontworpen door von Hildebrandt. Het Oberes Belvedere huisvest een museum dat schilderwerken van internationale en in Wenen verankerde topartiesten toont uit verschillende periodes van de schilderkunst. Wat betreft het gebouw: het paleismuseum is een lang rechthoekig gebouw, heeft een centrale receptie en twee vleugels en drie bouwlagen. Van het oorspronkelijk interieur is weinig bewaard gebleven. Enkel de Marmeren zaal is origineel, en heeft mooie fresco’s en kroonluchters. Enkel hier mag je foto’s nemen.

Wat betreft de tentoongestelde kunst, is één vleugel gewijd aan de Middeleeuwen: 60 schilderijen en beelden van meesterlijke, religieuze gotische kunst. Een andere vleugel is gewijd aan de Barok tot begin 1800. Ik kan het niet laten meerdere foto’s te nemen van een bekend schilderij van Napoleon te paard, ‘Napoleon bij de Grote St. Bernard pas’ (1801), geschilderd door Jacques Louis David. Echter ik word betrapt: oeps! In deze vleugel hangen ook twee werken van hedendaags artiest Yan Pei-Ming, geboren in Shangai in China in 1960 maar sinds 1982 residerend in Dijon, Frankrijk. De werken zijn ‘Kruisiging’ (Een Jezus figuur aan het kruis hangend. Donkere kleuren.) en ‘Tijgers en gieren’ (2015). Ook tref je hier de ‘Karakterhoofden’ van Franz Xaver Messerschmitt aan: koppen met spasmen, mogelijk van Dystonia.

'Crucifixion' Yan Pei-Ming, Oberes Belvedere, Schloss Belvedere, Wenen.
Wenen 2016: ‘Crucifixion’, Yan Pei-Ming, Oberes Belvedere, Schloss Belvedere.

Dan volgt classicisme en romantiek en de Biedermeier periode. Dit spreekt me niet aan. De volgende vleugel vind ik veel boeiender: realisme en impressionisme. Hier vind je schilderijen van Ferdinand Georg Waldmüller (Biedermeier realisme. Het getoonde werkt oogt zeer realistisch, en lijkt wel een foto.), Emil Jakob Schindler, Johann Baptist Reiter, Leopold Carl Müller (19de eeuwse landschap en genre schilders), Jean François Millet (Romantisch realisme), Manet, Max Liebermann (realisme en impressionisme), Monet, Renoir, Camille Pissarro (Impressionisme) en Carl Moll (Jugendstil/Secession). Alma Mahler, waarvan eerder sprake, was de dochter van Emil Jakob Schindler en de stiefdochter van Carl Moll: de wereld is klein!

Daarna wordt het pas echt interessant in twee vleugels geweid aan ‘Secession en expressionisme’. Hier hangen enkele zalen vol met werken van Gustav Klimt (o.a. ‘Judith I’ uit 1901 en ‘De Kus’ uit 1907-08, dat wereldberoemd werd tijdens de flowerpower periode.). Echter je mag geen foto’s nemen, maar in een aanpalende zaal hangt een reproductie van ‘De Kus’ waar je dat wel mag. Bezoekende koppels nemen gretig (al kussend) selfie’s. Er is ook een zaal ‘Egon Schiele’: bijv. ‘Omarming (liefdespaar)’ uit 1917. Verder hangen er nog schilderijen van Oostenrijkse expressionisten Richard Gerstl, Oskar Kokoschka en Max Oppenheimer (groot werk ‘Die Philharmoniker’), van Fransmannen Maurice de Vlaminck (Fauvisme) en Fernand Léger (Kubisme), en van Duitse expressionisten Kirchner, Nolde, von Jawlensky (° Rusland) en Oskar Laske (+ in Wenen) en ook één doek van Vincent van Gogh (‘De vlakte van Auvers’ uit 1890) en een werk van Edvard Munch. Klimt, Schiele, Gerstl en Kokoschka zijn de centrale schilders in het Leopold Museum dat we ook bezocht hebben en waarover ik in dit artikel eerder heb uitgeweid. Ik ben onder de indruk van de kwaliteit die hier te vinden is. Tenslotte bezoek ik de zaal met materiaal van Max Kurzweil (1867-1916). Hij is de verpersoonlijking van het Weens modernisme rond 1900 en lid van Secession. Hij pleegde zelfmoord met een leerling-vriendin nadat hij gescheiden was van zijn vrouw Marthe Guyot. Kenmerken zijn: landschappen en portretten, licht en schaduw, impressionisme en symbolisme. Dit zegt me niet zoveel.

Ik besluit dat paleis Belvedere zeer de moeite is: de tuinen zijn prachtig en de kunst in Oberes Belvedere is dat ook. En dan heb ik Unteres Belvedere, Orangerie en de paleisstallen nog niet eens bezocht.

One thought to “Wenen 2016 – Bijzonder aan Wenen: haar musea (deel twee)”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: