Skip to main content

Peru Chili Bolivia 2016: Sucre + vlucht nr La Paz (dag 17-19)

Stadsverkenning Sucre

De stadsverkennning brengt ons eerst langs Iglesia de Santa Domingo, Museo-Convento de Santa Clara, Aartsbisschophoffelijk paleis, Museo Universitario Charcas, Iglesia de San Felipe Neri, Iglesia de la Merced, Museo Eclisiastico en Catedral Metropolitatna.

De kathedraal is slechts beperkt toegankelijk. Dat wisten we. Je kan La Catedral bezoeken tijdens de mis op donderdag en zondag. Of overdag als je een Engelstalige rondleiding boekt via het Museo Eclisiastico dat zowel museum als kathedraal aandoet. Jammer genoeg zit de timing niet mee: het is maandag 10 uur ‘s ochtends (dus geen mis) en het museum Eclisiastico is voor onbepaalde tijd dicht (staat te lezen op een bordje). Echter, als we een halfuur later wederkeren (na wat aan ‘mensen kijken’ gedaan te hebben op ‘Plaza 25 de Mayo’), en we terug het Museo Eclisiastico voorbij wandelen, valt ons op dat de poort open staat. Binnen zit een vrouw achter een bureau. Die weet te vertellen dat het museum voor onbepaalde tijd gesloten is wegens overheidsbesparingen. “De kathedraal is enkel toegankelijk tijdens de mis, deze avond om zes uur”, zegt ze.  Echter ook de poort van de kathedraal staat open. En wij glippen binnen als eventjes niemand kijkt. Het hoogtepunt hier is ‘Virgen de Guadeloupe’, de patroonheilige van Sucre en geschilderd in 1601 door Fray Diego de Ocaña. Het werk bereikte zeer snel een cultstatus en werd al gauw behangen met goud, diamanten, edelstenen en parels door vrijgevige, rijke gelovigen. Men beweert dat als men al dit kostbaars zou verkopen de staatsschuld van Bolivia in een klap zou weggeveegd zijn. ‘Virgen de Guadeloupe’ zien we niet. Misschien bevindt het beeld zich achter het altaar in het hoogkoor waar een restauratie aan de gang is en wij niet naartoe gaan want dan zouden we ontdekt worden?

De sightseeing tour gaat verder via Iglesia de Basilica Mayor, Plaza Zudañez (met het hoofdpolitiebureau en een stel als zebra verklede hoffelijkheid-in-het-verkeer bijbrengende jongeren die graag op de foto willen) en Iglesia de San Agustin tot bij ‘Universidad de San Francisco Xavier: Facultad de Derecho’. Hier is een (honger)staking bezig. We horen ook geroep en voetzoekers die worden afgeschoten. We verpozen eventjes op het universiteitsplein omgeven door een zuilengaanderij, tevens het grootste koloniale binnenplein van Sucre. We horen veel knallen, gefluit, geroep en gejauw en onheilspellende geluiden. Rustig verpozen is er niet echt bij. Als ze de toegangspoort willen sluiten, zijn wij weg.

binnenplein, Faculteit Rechten, Universiteit Sucre
Peru Chili Bolivia 2016: binnenplein, Faculteit Rechten, Universiteit Sucre

Via Iglesia de Santa Mónica en Calle Arenales (waar we bij een straatventster een grote beker heel lekker versgeperst fruitsap kopen) komen we op het Plaza de La Libertad terecht. Op dit plein is het ‘Hospital Santa Bárbara’, ‘Teatro Gran Mariscal’ en de achterzijde van het Justitiepaleis (‘Corte Suprema de Justicia’) gelegen. Vlakbij ligt het Parque Símon Bolívar waar een mini-eiffeltoren staat. Via Calle Ravelo en Mercado Central slaan we t.h.v. Iglesia de San Francisco rechts in Calle Aniceto Arce tot bij Café-restaurante La Taverne. Deze straat komt terug uit op ‘Plaza 25 de Mayo’.

La Taverne serveert Franse-Boliviaanse fusion keuken. Het dagmenu kost slechts 50 Boliviano’s (6,5 euro), bestaat uit vier gangen (met enkele keuzemogelijkheden) en is echt lekker en mooi gepresenteerd. De bediening is snel. La Taverne is dus een absolute aanrader. Zowat het beste qua prijs-kwaliteit dat we zullen eten tijdens deze reis. Als starter nemen we ‘ensalade de quinoa’, ‘sopa del dia’ is wortel-pompoensoep, als hoofdgerecht neem ik ‘fettucini albondigas’ (met gehaktballetjes in kaassaus), en Wim neemt biefstuk-friet en we besluiten met chocolade-ijs. Alles is perfect, behalve dan voor het te snel opdienen van het chocolade-ijs dat half gesmolten is, tegen dat m’n hoofdgerecht op is. We lunchen bijna twee uur.

‘Plaza 25 de Mayo’ is het centrale plein van Sucre (waaraan de kathedraal gelegen is). Hier kan je gerust een uurtje verpozen en jezelf entertainen met je te vergapen aan de passanten. Op dit plein zijn mensen van alle sociale klassen en alle leeftijden aan te treffen. Zo zie ik een man in verzorgd maatpak passeren en een inheemse oude vrouw haar rokken optrekken en een plasje maken. De datum ’25 mei’ verwijst naar 1809 toen de onafhankelijkheid van Bolivia werd uitgeroepen.

Uitzicht vanaf La Recoleta over Sucre, la ciudad blanca.
Peru Chili Bolivia 2016: uitzicht vanaf La Recoleta over Sucre, la ciudad blanca.

Via Calle España (Museo de Etnografía y Folklore, Banco National de Bolivia) en rechts in Calle San Alberto, komen we drie blokken verder terecht bij Museo de Arte Indigena: een museum dat het verhaal van de Jalq’a en Tarabuceño cultuur vertelt a.h.v. hun geweven, kleurrijke kleding voor verschillende momenten in het jaar, maar ook a.h.v. hun muziekinstrumenten, aardewerk en landbouwwerktuigen. De drie belangrijkste gesproken talen zijn Quechua, Spaans en Aymara. We moeten het inkomgeld voor het museum betalen bij het buitengaan.

Tegenover het museum ligt Iglesia de Santa Teresa dat net de deuren heeft geopend. We kijken eventjes binnen. Er gaat een mis beginnen. Via Calle Potosí en Calle Grau, komen we terug bij Hostal Patrimonio. In Calle Grau zie ik een poster van Kuifje. Als ik in de gang kijk, zie ik een grote versie van Kuifjes ruimteschip (ja, die met de rood-witte vlakken!) staan. Dat is interessant. We gaan binnen. Achter een bureautje zit een 40-jarige man die Fransman blijkt te zijn en ons in het Frans uitlegt dat hij sinds een jaar in Sucre zit en Kuifje tracht te promoten in Bolivia. Zijn winkeltje heet ‘Comic Sucre’. Alle strips van de Kuifje reeks zijn er te koop (uiteraard in het Spaans) behalve ‘El Templo del Sol’ of ‘De Zonnentempel’. Die strip is altijd meteen uitverkocht want zeer populair bij de Bolivianen omdat de strip verhaalt over Peru en een verborgen Inca tempel. Het is het vervolg op ‘De Zeven Kristallen Bollen’.

Om 20 uur gaan we een Lamaburger eten in Restaurante Floris (Nederlandse eigenaars). Deze kost 47 BOB wat bijna evenveel is als het viergangenmenu deze middag in ‘La Taverne’. Maar de lamaburger was smaakvol (behalve dat hij wat uiteen viel) en de frietjes en mayonaise waren uitstekend. Ook het drankje ‘El Rojo’ verdient een vermelding: dit is op basis van suikerwater, stukjes aardbei, citroen en verse blaadjes munt en smaakte zeer goed.

Convento La Recoleta (binnentuin), Sucre
Peru Chili Bolivia 2016: Convento La Recoleta (binnentuin), Sucre

De volgende dag, dinsdag 19 april, staat de vlucht naar La Paz op het programma. Maar niet voor we eerst nog twee belangrijke gebouwen van Sucre bezoeken: Museo y Convento La Recoleta en Casa de La Libertad. Het convento La Recoleta ligt op een heuvel (vanaf Plaza 25 de Mayo één km klimmen via Calle Dalence) en van hieruit heb je een mooi uitzicht over de stad. La Recoleta is enkel te bezoeken onder begeleiding van een gids voor weinig geld, telt vier mooie patio’s en heeft een kerk met opperkoor met knap houtsnijwerk. La Recoleta is zeker een omweg waard.

Om 10u15 zijn we al terug aan ‘Plaza 25 de Mayo’ en brengen we een bezoek aan Casa de La Libertad aldaar. De rondleiding is Frans gesproken en ik versta er maar een kwart van. Ik zoek het nadien dan maar op op internet (bij Casa de La Libertad is er gratis open wifi), zoals over de Boliviaanse militaire en politieke geschiedenis van de vrijheidsstrijd.

Zoals eerder vermeld werd op 25 mei 1809 in de stad Sucre de onafhankelijkheid van Bolivia uitgeroepen. Maar Spanje liet dit niet zomaar gebeuren. 25 mei 1809 is de start van de Onafhankelijkheidsoorlogen in gans Latijns-Amerika. Na vele jaren van oorlog voeren, werd in 1819 de republiek ‘Gran Columbia’ uitgeroepen (het huidige Panama, Columbia, Venezuela, Equador, westelijk Guayana, Noordelijk Peru, en NW Brazilië) en één van de belangrijkste ‘Libertadors’ of ‘Vrijheidsstrijders’, Símon Bolívar, werd de eerste president en militair opperbevelhebber. Zijn regering duurde van 1819 tot aan zijn dood in 1830. Hij werd 47 jaar. De laatste vijf jaar waren er vele problemen, werd zijn positie betwist, verklaarde hij zichzelf dictator en in 1830 viel Gran Columbia uiteen. Hij was ook president van Peru en wegens deze drukke agenda gaf hij de bevrijding van Opper-Peru in handen van een andere beroemde vrijheidsstrijder, Generaal de Sucre.

De Sucre werd al op 22-jarige leeftijd kolonel (in 1817) en enkele jaren later generaal. De Sucre bevrijdde in 1825 Opper-Peru als laatste Zuid-Amerikaans land uit de handen van de Spaanse kolonisten en op 6 augustus 1825 werd de onafhankelijkheidsverklaring door alle partijen getekend. Opper-Peru nam de naam ‘Republiek Bolivar’ aan, dat later gewijzigd werd in Bolivia. Generaal de Sucre werd de eerste president van Bolivia. Hij was de rechterhand en dichte politieke vriend van Símon Bolívar. Hij was ook een jaar president van Peru. In 1830 werd hij vermoord op 35-jarige leeftijd.

Er hangen portretten van vele staatshoofden van de afgelopen 200 jaar. De laatste in het rijtje en de huidige president is Juan Evo Morales Ayma, de langst regerende president (2006-2020) en de eerste indigeense leider van het land.

Statieportret President Evo Morales, La Casa de la Libertad, Sucre
Peru Chili Bolivia 2016: statieportret President Evo Morales, La Casa de la Libertad, Sucre

Op het middaguur tekenen we weer present bij La Taverne. Omdat het de eerste keer zo lekker was, eten we hier nog eens. Ik neem als voorgerecht ‘Worst met zuurkool’, soep van de dag is opnieuw wortel-pompoensoep, als hoofdgerecht steak (medium gebakken) met whiskey-tomatensausje en frieten, als dessert een pannenkoek met banaan en honing, en als drank huisgemaakte limonade. Wim neemt hetzelfde als gisteren. Het is allemaal zeer lekker en niet prijzig.

Transfer Sucre – La Paz

We halen onze bagage op in Hostal Patrimonio en nemen een taxi naar de luchthaven van Sucre. Het is weer een typische rit: een zeer krakkemikkige taxi, de chauffeur die veel te veel geld vraagt en als een zot rijdt, geen werkende veiligheidsriemen achteraan, openstaande raampjes als airco, net niet vergast worden door de stinkende, zwarte uitlaatgassen van auto’s en bussen, en de vele straathonden en onafgewerkte huizen in het straatbeeld.

De luchthaven is klein en alles is hier een heel stuk gemoedelijker en trager dan op een internationale hub. Na inchecken, paspoortcontrole, scannen handbagage, betalen van luchthaventax en vooral lang wachten, wandelen we gewoon het tarmac op en stappen het vliegtuig in dat staat te wachten met draaiende motoren. Het is een Bombardier CRJ-200, een klein tweemotorig vliegtuig met 12/13 rijen van 4 stoelen. Het vliegtuig is half gevuld: een twintigtal passagiers. Om 15u30 stijgen we op, tien minuten te vroeg. De zitplaatsen zijn ruim bemeten. We krijgen zelfs een broodje en appelsapje op deze korte vlucht. Het uitzicht is mooi (met het voorbij glijdende Andesgebergte). Ik zet mij op een lege stoel aan het raam en haal m’n fototoestel boven. Na een halfuur vliegen wordt de daling reeds ingezet. Prachtig zicht op La Paz. Het centrum ligt in een kom tussen de heuvels. Het vliegveld ligt hoog op ‘El Alto’ waar ook de arme inheemse bevolking woont. De rijke Bolivianen van Spaanse afkomst wonen in het dal. Een kwartier later is het touch down: weeral een vlucht overleefd!

We nemen een taxi van de luchthaven (4050m) naar het centrum van La Paz (3650m). Verschillende taxichauffeurs proberen ons af te zetten door 60 i.p.v. de faire 50 BOB te vragen. Er zit dan toch één eerlijke tussen en daar rijden we met mee. Vlakbij het hotel komen we terecht in een file. De taxichauffeur zegt dat de files in La Paz verschrikkelijk zijn, enkel op zondag is het wat beter. We merken het. Het schiet voor geen meter op. Ons hotel is vlakbij de heksenmarkt gelegen (in het centrum dus) en noemt ‘La Posada de la Abuela Obdulia’.

La Paz: moeilijke keuzes

In hotel La Posada kijken alle kamers, verdeeld over de 1e en 2e verdieping, uit op een centrale, overdekte patio. Op het gelijkvloers zijn touroperatoren en restaurantjes gevestigd. We zijn nog maar net op de kamer en het begint buiten pijpenstelen te regenen. Ook voor morgen worden buien voorspeld en het kwik zou niet hoger klimmen dan 14°C. We gaan eten in een Brits-Indisch restaurant vlakbij Hotel La Posada: ‘Star of India‘. We bestellen ‘Chicken Korma’ en ‘Llama Tikka Massala’ met rijst en ‘knoflook naan’, een Indisch ongerezen brood met knoflook smaak. De porties zijn goed maar het eten is wat droog en heeft te weinig smaak.

Om half negen ‘s avonds zijn we terug in La Posada Hotel. De laatste touroperator die nog open is, weet ons te vertellen dat de excursie ‘Tiwanaku‘ de ganse dag duurt. Maar Wim wil ook nog het centrum bezoeken. Dus skippen we Tiwanaku. Dit is echt jammer want Tiwanaku is een must-see, dé archeologische top site van Bolivia. Tiwanaku was de hoofdstad van een machtig, enorm pre-Inca rijk dat gesticht werd in 1500 BC. Het bezat een groot religieus complex dat gedeeltelijk opgegraven is en waarvan de geografische ligging een heilig belang had. De site ligt nl. dicht bij het Titicaca meer en bij enkele heilige bergen. Hier zou het universum gecreëerd zijn, en de plek zijn waar de eerste mensen de rest van de wereld koloniseerden.

Niet alleen Tiwanaku doen we niet maar ook enkele indianenmarkten, Valle de la Luna (de Maanvallei), een mountainbike afdaling van 5-6 uur langs de gevreesde ‘dead road’ naar Coroico in het Amazonewoud en een Peña voorstelling (traditionele Andes muziek). La Paz en omgeving is de plek op deze reis waar we echt te weinig tijd voor hebben uitgetrokken. Wat doen we dan wel morgen? We bezoeken het centrum van La Paz met de Heksenmarkt of Mercado de Hechicería, Iglesia e Museo de San Francisco, Calle Jaén, Plaza Murillo, Museo Nacional de Arte, La Catedral en het Coca Museum.

Geef een antwoord

%d bloggers liken dit: