Skip to main content

Peru Chili Bolivia 2016: Potosí en een rottige busrit (dag 16-17)

Transfer Uyuni – Potosí

De dag begint met een lekker ontbijt in Hotel Jumari. Om half tien checken we uit. Het baliemeisje spreekt goed Engels en is supervriendelijk. Die gaat zeker een goede beoordeling krijgen op booking.com. Ze begint er trouwens zelf over. Ik betaal met een 50 dollar biljet dat volgekribbeld staat. In Chili en Peru wordt dat nergens aanvaard maar deze Boliviaanse maakt er geen punt van. Ze controleert wel nauwgezet de randen van het briefje: deze moeten scherp zijn anders is het een vervalsing volgens haar. Goedgekeurd! Om tien uur nemen we de bus van Linea Impereador: een wild gereden, bochtig ritje dat vier uur duurt. Het landschap is heuvelachtig en rotsachtig met verspreide, groene, korte struikbegroeiing. Aangekomen in het busstation van Potosí, nemen we een taxi naar Hostal Eucalyptus in Calle Linares, waar we even uitblazen om dan de stad te verkennen.

Stadsverkenning Potosí

De verkenning is gespreid over twee halve dagen.  Vandaag wandelen we 2,5 uur waarvan we 1u20 in ‘La Casa Real de la Moneda’ doorbrengen.  We starten met een korte wandeling via Calle Linares naar Plaza 10 de Noviembre.  Hier staat La Catedral en aan een hoekpunt van het plein ‘La Casa Real de La Moneda’. Deze muntslagerij, een van de belangrijkste van de Spaanse Koloniale tijd in Zuid-Amerika, bezoeken we met een Engelstalige gids. Wil je meer lezen over ‘La Casa Real de la Moneda’, klik dan hier. Na de rondleiding vervolgen we de sightseeing tour met ‘Torre de La Compañia de Jesús’ (bekende klokkentoren), Calle Bolívar, Mercado Central, Iglesia de San Augustin, Calle El Boulevard, Iglesia de la Merced & Plaza 6 de Agosto.

Schilderij Maagd Maria en Kind, 'La Casa de la Moneda', Potosí.
Peru Chili Bolivia 2016: Schilderij Maagd Maria en Kind, ‘La Casa de la Moneda’, Potosí.

Ik trap hier in Potosí op m’n adem, zeker als ik trappen doe. Reden: het is de hoogste stad ter wereld (4090m), dus weinig zuurstof in de lucht, en er is veel luchtvervuiling. In El Boulevard gaan we iets eten bij Cherry’s Comida Rápida, een restaurant dat in de ‘Rough Guide Bolivia’ reisgids vermeld wordt: het eten blijkt erg middelmatig te zijn en de bediening kijkt niet om.

De volgende dag (zondag 17 april) start met een teleurstellend ontbijt: enkel wat confituur en oudbakken brood. Een eitje kan je krijgen tegen betaling van 10 Boliviano’s. We passen. Het uitzicht vanop het dakterras van het hotel is dan weer wel de moeite: mooie zichtjes over Potosí en van Cerro Rico. We willen nog enkele kerken bezoeken: La Cathedral is gesloten, Convento e Museo Santa Teresa is ook gesloten maar Iglesia y Convento de San Francisco is wel open vandaag. We bezoeken de kerk. Achter het altaar staat het beeld ‘Señor de La Vera Cruz’, de patroonheilige van Potosí. Men beweert dat zijn haar (echt mensenhaar) groeit en regelmatig moet bijgeknipt worden en ook dat het kruis groeit. Sommige geloven dat als het kruishout de grond nadert, het einde van de wereld nabij is. De kerk sluit en de inkompoort is al dicht. Gelukkig loopt er nog een geestelijke rond die ons via de kloostertuin naar buiten leidt. Zo hebben we het klooster ook nog vlug gezien.

Iglesia y convento de San Francisco (detail voorgevel), Potosí.
Peru Chili Bolivia 2016: Iglesia y convento de San Francisco (detail voorgevel), Potosí.
Cerro Ricco, Potosí
Peru Chili Bolivia 2016: Cerro Ricco, Potosí

Een rotrit

We halen de bagage op in het hotel, nemen de taxi en dan een bus naar Sucre. Deze busrit zal de vervaarlijkste, angstaanjagendste, minst comfortabele en irritantste busrit van de ganse reis worden. De bus staat vertrekkensklaar en al snel rijden we de stad uit en op een hobbelige, onverharde weg. De bus schokt heen en weer en kantelt soms vervaarlijk een zijde op. Gelukkig rijden we niet langs een diep ravijn. We passeren tegenliggers op millimeters. Stof is overal. De ramen moeten verplicht dicht gehouden worden. We passeren de luchthaven van Potosí aan de Westelijke zijde. Waarom is me een raadsel want ik volg het bustraject via GPS en Google maps en zie dat aan de oostelijke kant van de landingsbaan de geasfalteerde weg ‘5’ ligt, die naar Sucre gaat. Niet veel later wordt het duidelijk: op route 5 is een wegblokkade opgetrokken en staat een mensenmassa te protesteren. Er is geen doorkomen aan met een hoop stilstaand verkeer tot gevolg. Wij rijden op onze weliswaar hobbelige en stoffige maar filevrije baan en na 12 km en 45 min stof vreten en doodsangsten uitstaan, draaien we hoofdbaan ‘5’ op.

Sucre ligt op 2800 meter, Potosí op 4090 m. We dalen dus voortdurend en de buschauffeur moet vaak op de remmen gaan staan. Zoals alle Zuid-Amerikanen houdt hij van snelheid en we vliegen dan ook in een rotvaart richting Sucre. Gelukkig heb ik vandaag enkel nog maar een ontbijt gehad, want m’n maag schokt alle kanten op. T.h.v. Otuyo gaat het stijl naar beneden met veel bochtenwerk. De remschijven werken op volle toeren.

Ik zit in stoel 24, langs het gangpad. De vrouw voor mij heeft haar stoel zo plat mogelijk gezet waardoor mijn benen gekneld zitten. De vrouw rechts van mij, aan het raam, doet een dutje en laat ondertussen stille, mufstinkende winden ontsnappen (gelukkig staan de ramen open). Links van mij zit een jonge Boliviaanse vrouw met blitse zonnebril op en haar zesjarig zoontje op één stoel. Het zoontje ligt te slapen, en de vrouw zit op de rand van de stoel met haar benen in het gangpad en haar knieën in de zijkant van m’n linkerbovenbeen te duwen. Kortom ik heb geen ruimte. In combinatie met de hitte op de bus (geen airco, alleen wat wind die door de openstaande raampjes blaast), de obligate schreeuwerige kinderen, en de bus die te snel rijdt (en m’n maag die alle kanten op schokt), maakt dit alles dus een heel ‘aangenaam’ ritje. Ondertussen ligt Wim achter mij in stoel 26 met zijn pet over de ogen getrokken (schijnbaar) rustig een dutje te doen. Kort gezegd, we amuseren ons.

Het is vijftien uur. We zijn al tweeënhalf uur onderweg. De vrouw voor mij zet haar stoel recht, de vrouw aan het raam is wakker geworden en laat geen winden meer, de vrouw met haar zoontje staat nu recht in het gangpad en het is nog maar een half uur rijden (25km) naar Sucre. Is er dan toch licht aan het einde van de tunnel? Om tien voor vier arriveren we bij busterminal Av. Ostria Gutiérez. We hebben 3u20min en 155km gereden. Deze helletocht is voorbij.

Bienvenidos a Sucre

Taxi naar Hostal Patrimonio: een uitstekend vier-sterren hotel op een topligging in Sucre. Inchecken. We installeren ons in een klassieke stijlvol ingerichte kamer met donkerbruine parketvloer en marmeren badkamer. En dit alles voor de ronde en luttele prijs van 20 euro pppn. Rust!

Bienvenidos a Sucre
Peru Chili Bolivia 2016: Bienvenidos a Sucre, Sucre.

Sucre, La Ciudad Blanca of de witte stad, is de officiële hoofdstad van Bolivia. Het hooggerechtshof is ook hier gevestigd. Maar de grootste stad en tevens het politieke hart van Bolivia is La Paz. Deze situatie is er gekomen als een politiek compromis na een burgeroorlog tussen de twee steden. Sucre wordt ook wel de stad van de eeuwige lente genoemd omdat hier altijd een aangenaam klimaat heerst. Dit klopt alleszins als wij er zijn: zonnig weer met aangename temperaturen van 10 (minimum) tot 26°C (maximumtemperatuur).

Om zes uur ‘s avonds trekken we naar het centrale plein (dat maar enkele 100 den meters van het hotel verwijderd is): Plaza 25 de Mayo. Hier staat de imposante ‘La Cathedral’. Wim wordt aangevallen door twee honden, wordt ‘speels’ gebeten, geeft hen een sjot en loopt weg. We lopen het plein rond en springen binnen bij ‘La Restaurante-Pizzeria Napolitana’ op huisnummer 30. De pizza is ovenvers, de porties zijn ruim maar de mozzarella maakt het zwaar. Terug op hotel, leggen we ons op bed. De lange vermoeiende busrit en onze volle maag, maken onze oogleden al snel zwaar en we vallen niet veel later in slaap.

Geef een antwoord

%d bloggers liken dit: