Skip to main content

Op en top klassiek in Antwerpen: London Symphony Orchestra / Sir Simon Rattle / Magdalena Kožená / Koningin Elisabethzaal.

Intro.

Een avondje uit in Antwerpen? Er is niks beters dan eerst lekker te gaan eten en dan een klassiek concertje mee te pikken. Voor klassieke muziek in Antwerpen moet je in DeSingel, de Opera of in de Koninging Elisabethzaal zijn. Die laatste zaal is gelegen nabij het Centraal Station en de Zoo en is de thuisbasis van het Antwerp Symphony Orchestra. Ik woon regelmatig een concertje bij. Vanavond (dinsdag 28 september 2021) zal er een orkest van wereldniveau in de Koningin Elisabethzaal spelen (in het kader van de Symfonisch Goud concertreeks van DeSingel): het London Symphony Orchestra o.l.v. Sir Simon Rattle, met mezzosopraan Magdalena Kožená als soliste. Op het programma staan ‘Where Are You?’, een recent werk van de Tsjechische componist Ondřej Adámek voor orkest en mezzosopraan, en Beethovens zesde symfonie, de Pastorale. Een uitgebreide omschrijving over dit orkest, dirigent, soliste of de componisten en hun werk, zal je in dit Reisboei verslag niet lezen. Check daarvoor Google. Ik wil het hebben over mijn persoonlijke concertervaring.

London Symphony Orchestra / Sir Simon Rattle / Magdalena Kožená nemen het applaus in ontvangst in de Koningin Elisabethzaal.

Het is dinsdagavond en ik heb een ganse dag gewerkt tot laat. Behalve voor een vlugge hap, is er geen tijd meer voor een deftige maaltijd. Dat hou ik voor na het concert (einde is rond 20u30 voorzien) wanneer ik naar mijn favoriete sushi restaurant aan UGC wil gaan. Eerst een klassiek concertje met een internationaal toporkest, en dan een portie zalm. Kan het nóg beter? Neen! Ik hou nog een powernap van 25min op bed en spring dan recht om mij in deftige kleding te hijsen: een mooie broek, een zwart t-shirt, een blauw hemd met korte mouwen, een zwarte vest en blauwe schoenen. Ik arriveer net voor 18u15 wanneer de deuren van de concertzaal openen. Ik laat covid safe pass, ID-kaart en concertticket zien. Alles licht groen op dus ik mag binnen en gaan genieten.

Live inleiding op het concert door Klaas Coulembier.

Ik ben binnen! Ik ga rechtstreeks naar de toog en bestel mij een Coca-Cola. Daarna toog ik naar de Okapi zaal waar Klaas Coulembier een inleiding op het concert gaat geven. Hij is maar net op tijd gearriveerd met de trein, zegt hij, en gelukkig is het station vlakbij de concertzaal. Hij steekt meteen van wal. Er staan slechts twee werken op het programma.

Hij vertelt dat het concert uitzonderlijk om 19 uur zal beginnen (de meeste concerten starten om 20u00) en er zal geen pauze zijn, en dit vanwege de coronamaatregelen in Engeland waar het Londens Symfonisch Orkest zich aan moet houden. Het programma is ook ingekort. Oorspronkelijk zouden er drie werken gespeeld worden (van Ondrej Adamek, Benjamin Britten, Igor Stravinsky) maar Britten en Stravinsky werden vervangen door Beethoven. Wat staat er dan concreet op het muzikale menu vanavond? ‘Where Are You?’ (35min) voor mezzosopraan en orkest van levend Tsjechisch componist Ondrej Adamek als eerste en daarna volgt mijn favoriete grootmeester, Ludwig van Beethoven, met zijn zesde symfonie ‘De Pastorale’ in Fa groot (40min).

De inleiding door Klaas Coulembier is uitstekend. Hij vertelt duidelijk en helder, houdt het wat algemeen, niet te diepgravend en niet te theoretisch, en laat regelmatig een stukje muziek horen om zijn woorden muzikale duiding te geven.

De Parterre.

Ik zie op het concertticket dat ik op de eerste rij op de parterre zit. Amai, fantastisch! Op de eerste rij aan de buitenkant waren enkele stoelen beschikbaar aan het op een na laagste tarief, dat nog best betaalbaar was, dus daar heb ik van geprofiteerd. Het is niet de allerbeste plaats (te dicht bij het podium, je ziet enkel de voorste rij muzikanten, je moet je kop voortdurend draaien om naar het middenstuk met dirigent en solist te kijken) maar je hebt wel een dichtbij zicht op de solisten en de dirigent en je kan dus al hun gedragingen en gezichtsexpressie goed waarnemen.

‘Where Are You?’ – Ondrej Adamek.

Over het eerste werk (35 min), een hedendaags werk van Tsjechisch componist Adamek en speciaal geschreven voor de stem van mezzosopraan Magdalena Kožená, ook van Tsjechische komaf, vertelt Coulembier ongeveer het volgende. Het werk bestaat uit elf hoofdstukken die in elkaar doorvloeien met één grote spanningsboog van begin tot einde. De componist maakt gebruik van enkele oude religieuze teksten in uiteenlopende talen (het Aramees, het Tsjechisch, het Moravisch, het Spaans, het Engels, en het Sanskriet). Het werk gaat over ‘Waar is God? Zit die in elk van ons? Zit die in de kracht van de natuur?’. Achteraf na de uitvoering moet ik Klaas gelijk geven en beamen dat hij de nagel op de kop slaat in de analyse van het werk.

Het werk begint met stilte wanneer Kožená de wind nadoet, eerst zonder geluid en daarna met. Ze zingt steeds luider en stelselmatig vallen de orkestleden in en het orkest neemt dan over. Het werk bouwt hoofdstuk na hoofdstuk stelselmatig op (storm, vuur, aardbevingen) tot een climax in het middendeel.

Speciale vermelding krijgt deel drie waarin Moravische folkloristische elementen en religieuze teksten worden verwerkt en versmelten met een prachtige klankwereld. Dit gebeurt ook bij het vijfde deel, een Saeta, een Spaanse klaagzang die gezongen worden tijdens de Goede Week. Deel 6, 7, 9 en 10 zijn in het Engels gezongen. Deel zeven is extatisch en kalmerend tegelijk dankzij de Oosterse pentatoniek. Deel acht is ook bijzonder: het muzikaal effect van voortdurend in toonhoogte stijgende muziek, cfr. Het werk van gravicus Escher.

Na dit instrumentale hoogtepunt, zal het orkest en de muziek langzaamaan kalmeren. Eindigen doet het werk met teksten in sanskriet en stoten en flarden van teksten die ritmisch herhaald worden om finaal te eindigen met de (stille nabootsing van de) wind, net als aan het begin.

Magdalena Kožená: de ster van de avond.

Van begin tot einde valt het wonderlijk en blijvend boeiend samenspel en samengaan van de mezzosopraan stem met het orkest op. Kožená’s stem moet zich soms in serieuze muzikale bochten wringen en ongewone passages zingen.

De zangeres debiteert en zingt melodieus of ritmisch klanken, flarden van teksten, volwaardige teksten, en fragmenten van teksten die voortdurend herhaald worden. De zangpartij is een uitstekende oefening om goed te leren spreken en articuleren vind ik, een beetje het effect zoals ‘de kat krabt de krollen van de trap’. Vaak terugkerend is het ritmisch zingen / uitstoten van korte tekstklanken waarna het orkest volgt. Het werk doet erg ongewoon aan, komt in vlagen (meestal is het ritmisch, soms melodieus), is uitermate boeiend (geen seconde verveel ik mij).

Het werk is op het lijf/de stem geschreven van Kožená die én Tsjechisch is én Spaanse barok en flamenco zingt. Ik lees in het programmaboekje dat ze enorm veelzijdig is op muzikaal vlak en om dit stilistisch erg gevarieerd goed te kunnen brengen heb je die veelzijdigheid wel nodig. Dit kan niet elke operazangeres. Kožená is de ster van de avond, vind ik. Ze heeft het werkelijk ongemeen goed gebracht. Een topprestatie. Ze krijgt na de uitvoering een erg lang en warm applaus waar ze zeer dankbaar voor is. En de partituur is ook fenomenaal goed voor een hedendaags werk. Dit wordt een klassieker. Dankzij het talent van Adamek. Hij is dan ook van een uitstekend jaar (°1979).

De Pastorale – Beethoven.

Het tweede werk van de avond is de Zesde Symfonie van Ludwig van Beethoven, de Pastorale in Fa groot. Klaas en het programmaboekje vertellen het volgende: Zijn Zesde Symfonie is een verrukkelijke ode aan de wonderen der natuur. Beethoven zelf noemde de symfonie “meer de uitdrukking van gevoel dan een muzikaal schilderij.” Geen pure imitatie van de natuur maar de evocatie van haar essentie, zoals hij die zelf ervaarde. Met alles wat daarbij hoort: het plezier van een ontspannen wandeling, de roep van drie vogels, die in de partituur staan aangegeven: een fluit voor de nachtegaal, een hobo voor de kwartel en twee klarinetten voor de koekoek. Maar ook het overdonderende natuurgeweld van een razende storm. De daaropvolgende hymne van de herder – dankbaar dat de storm is overgetrokken – inspireerde de meester tot een van zijn meest grandioze finales. Klaas vertelt ook nog dat er wel wat gelijkenissen zijn tussen de vijfde en de zesde symfonie die Beethoven in dezelfde periode heeft gecomponeerd.

Beethoven is mijn lievelingscomponist maar dit werk ligt mij wat minder, omdat het zo rustig is. Dacht ik. Tot ik de versie van LSO en Sir Simon Rattle te horen krijg. On-ge-lo-fe-lijk. Echt geweldig. Haarfijn en met swung gespeeld en met veel spelplezier gedirigeerd. De dirigent, de muzikanten en het publiek genoten. En dat resulteerde in een minutenlange staande ovatie. Geen bissen. Maar dat hoefde niet. De avond was al perfect.

Outro.

Zo zouden alle concertavonden moeten zijn: weergaloze muziek en dito muzikale uitvoeringen. Dit is een concert dat in het langetermijngeheugen komt. Aan alle mooie liedjes komt een einde, ook aan dat van deze avond. Maar er volgt nog een leuke gastronomische coda. Ik trek naar mijn favoriete sushi restaurant ‘Royal Tokyo Sushi Bar’ tegenover de zijingang van UGC. Jammer genoeg is dinsdag hun sluitingsdag. Mijn maag grolt en schreeuwt om voedsel. Daarom toog ik vlug naar ‘Hawaiian Poke Bowl’, ook zeer lekker. Nog een leuk weetje, tijdens het muisstille moment tussen de slotnoot van de Pastorale en het losbarsten van het applaus, gromde mijn maag luidkeels! Zou iemand dit gehoord hebben?

Smakelijk en een prettige avond voor elk van jullie!

Geef een antwoord

%d bloggers liken dit: